25 mei 2012

True movie heroes!

Jong, slank en een oogstrelend mooi. Het zijn kwalificaties langs de meetlat van Hollywood waar de acteurs en actrices mee te maken hebben. Of ze het nou leuk vinden of niet. En geef toe, het is ook heel prettig kijken naar sterren zoals Freida Pinto, Scarlett JohanssonMila Kunis, Ryan Gosling en Jake Gyllenhaal.

Maar toen ik deze week op televisie een fragment van romkom The Holiday (waarin iedereen er op z'n mooist uitzag) keek met de inmiddels 96-jarige Eli Wallach, dacht ik: 'Wauw, wat een power!'
En daarom bij deze een kleine hommage aan een paar sterren die ook op leeftijd nog zo ontzettend fijn zijn (of waren) om naar te kijken door de kracht en schoonheid die van binnen komt...

Op mijn board op Pinterest heb ik er een apart hoekje voor ingericht:
True movie heroes!


 


23 mei 2012

Aandacht voor filmeducatie

De Raad voor Cultuur - je haakt toch niet nu al af? - mag in het gisteren uitgekomen advies dan een flinke oorvijg hebben uitgedeeld aan het nieuwe filmmuseum EYE, mij viel iets anders meer op. Namelijk dat de raad in de inleiding over film (doorgaans wordt elk woordje in zo'n advies volgens mij op een weegschaaltje gelegd), één onderwerp de moeite waard vond om er een aparte alinea aan te wijden: Educatie.

Het hoogste adviesorgaan van de regering op cultuurgebied stelde dat educatieve activiteiten in de filmsector hoofdzakelijk worden verzorgd 'door het landelijke gespreide netwerk van filmtheaters'. Ze doen dat volgens de raad 'in samenwerking met EYE Film Instituut Nederland'. En die activiteiten 'bieden over het geheel genomen een goede kwaliteit en hebben een groot bereik.'

Zo'n passage verbaast me. Niet dat het samen met EYE gebeurt, dat weet ik wel. Ook niet dat de filmtheaters goed werk verrichten om scholieren (maar ook andere groepen) film te onderwijzen. Maar wat me wel verbaast is dat bioscopen in die hele passage niet worden genoemd.

Bioscopen - dat weet ik dan toevallig ook - zijn een hele belangrijke partner in de programma's Klassefilm en MovieZone (beide projecten van EYE), net zoals filmdistributeurs. En ik vind dat je die gewoon niet onvermeld kunt laten in zo'n beleidsadvies. Zeker niet omdat Klassefilm bij mijn weten nog altijd het grootste filmeducatieve project in Nederland voor scholieren is. Oké, ik geef toe, ik heb wat met Klassefilm. Dat komt omdat ik mede aan de basis ervan heb mogen staan. Maar je kunt als Raad voor Cultuur gewoon niet alleen maar de loftrompet steken over de filmtheaters - hoe goed sommigen hun werk in dit opzicht ook doen - en de bioscopen niet vermelden.

Laat mij nog even een bruggetje slaan naar een andere passage in dezelfde inleiding. De raad vindt dat de filmsector in het algemeen meer verantwoordelijkheid mag nemen. En dat moet leiden tot het geven van meer geld, zo lees je dan tussen de regels door, omdat de sector geld verdient aan het 'btw-convenant'.

Laat mij daarom hier maar weer eens pleiten voor een constructie - hoe die ook wordt ingevuld -  die ertoe leidt dat meer kinderen en jongeren onderwezen worden in film. Projecten zoals Klassefilm - waarbij leerlingen met hun groep of klas naar de film gaan in de bioscoop of het filmtheater en educatief lesmateriaal aangereikt krijgen - zullen in de komende jaren onder druk komen te staan. Bijvoorbeeld omdat de bemiddeling (probeer de manier van werken in het onderwijs maar eens goed te koppelen aan die van de filmsector) wegvalt, of omdat het voor scholen eenvoudiger is om een film te vertonen op het digibord terwijl de filmervaring in de cinema een wezenlijk andere is.

En misschien wordt het dan gelijk tijd om ook het productieveld - je weet wel, de makers - erbij te betrekken zodat de band tussen filmmakers en scholieren een goede, zo niet betere wordt. Ik moet direct weer denken aan het scholenproject rondom de film De grot dat mij ooit door Nederland deed krossen. En aan dat geweldige evenement dat De Dag van de Nederlandse Film (voor scholieren) heette, waar scholieren filmmakers ontmoetten. Ach ja, soms hoef je het wiel helemaal niet opnieuw uit te vinden.

4 mei 2012

Stilte - Rotterdam 14 mei 1940


Komende week gaan de opnamen van start van Het bombardement. De speelfilm van regisseur Ate de Jong gaat voornamelijk over de liefde tussen de jonge bokser Vincent en de van oorsprong Duitse Eva, maar natuurlijk draait het vooral ook om de afschuwelijk oorlogsdaad uit de titel: het weerzinwekkende bombardement waarmee de Duitsers op 14 mei 1940 niet alleen de stad Rotterdam, maar ook de levens van tal van mensen verwoestten.

Daaronder bevonden zich ook leden van mijn familie. Het jonge gezin Kroon werd keihard getroffen en de littekens zijn nog tot op de dag van vandaag voelbaar en zelfs zichtbaar. Het is mede daarom dat ik veel waarde hecht aan dodenherdenking en de bevrijdingsdag die erna komt. Het is ook daarom dat ik al lang voordat de productie van Het bombardement op gang kwam, contact zocht met regisseur Ate de Jong en producent Paul Ruven.

Het verhaal van het bombardement op Rotterdam en alles wat het teweeg heeft gebracht moet namelijk doorverteld blijven worden, vind ik. En een goed educatieproject voor scholieren rondom de film leek mij een goede manier om dat te doen. Daar wilde ik graag aan bijdragen. Op het moment van contact was er nog te veel onduidelijk over de film en dus verwaterde het contact. Maar ik heb er nog wel regelmatig over lopen nadenken.

Twee paar dagen geleden kreeg ik een vriendelijk e-mail van de productiemaatschappij waarin werd verwezen naar het eerdere contact én waarin mij werd gevraagd of ik in het kader van de film het verhaal van mijn familie wilde vertellen. Er is namelijk een actie opgezet die ertoe moet leiden dat hét verhaal achter het bombardement wordt verwerkt in de komende speelfilm. Dat is echt een stap te ver.

Ik heb vriendelijk bedankt voor de uitnodiging om dat te doen. Niet omdat ik - zoals gezegd - vind dat er niet over de oorlog verteld moet blijven worden, maar uit respect voor mijn moeder, mijn vader, mijn opa, mijn oma, mijn ooms en tantes en alle die anderen die het nooit mee hadden hoeven moeten maken.

Het is 4 mei 2012. Vanavond om acht uur weet u wat ik doe...


24 april 2012

De ideeënarmoede van Hollywood

'Blockbusters worden steeds slechter: iemand moet ze stoppen!', zo kopte de Volkskrant afgelopen week op de cultuurpagina. Reden voor het artikel dat volgde was de première van Battleship, een film die volgens journalist Bor Beekman 'symbool staat voor de ideeënarmoede van Hollywood'. Dat hij niet de enige is die dat vindt, blijkt uit het artikel waarin ook industry insiders zoals James Cameron en John Cusack worden opgevoerd om de stelling te onderschrijven. Beekman moet natuurlijk ook met bewijs komen, want de Europese filmpers is over het algemeen niet de grootste bondgenoot van Hollywood.


Maar klopt het wat Beekman beweert? Is Battleship hét symbool van de ideeënarmoede? En worden de blockbusters steeds slechter?

Wie een beetje in de historie van Hollywood duikt, ontdekt al snel dat de daar gevestigde filmproducenten (die toch echt voornamelijk - zo niet alleen - in het vak zitten om commercieel interessante 'producten' aan de man te brengen) altijd hebben gezocht naar manieren om het grote financiële risico dat film maken met zich meebrengt, zoveel mogelijk in te perken. Het is mede om die reden dat Hollywood met filmsterren ging werken. Het is om die reden dat Hollywood de ware filminnovaties eigenlijk altijd aan anderen heeft overgelaten. En het is precies om die reden dat er zoveel boekverfilmingen zijn, er filmseries, sequels en remakes worden gemaakt, tv-series hun eigen filmversies krijgen, stripboeken worden verfilmd én (computer)spellen naar het witte doek worden gebracht. Het geeft producties een belangrijke voorsprong qua bekendheid. Want producenten weten maar al te goed dat het grote publiek over het algemeen graag kiest voor iets waar ze al bekend mee zijn en goede herinneringen aan hebben.

Wie dus beweert dat Battleship hét symbool is van de ideeënarmoede, gaat volgens mij voorbij aan alle voorbeelden in de moderne filmgeschiedenis waarmee feitelijk al hetzelfde werd gedaan: het maken van films gebaseerd op of voortbordurend op reeds bestaand materiaal. Of je films zoals Superman (1978, strip), Batman (1989, strip) Super Mario Bros. (1993, game), Lara Croft: Tom Raider (2001, game), The Fugitive (1993, tv-serie), The Muppet Movie (1979, tv-serie), Friday the 13th een tot en met twaalf en zelfs The Godfather een tot en met drie nu allemaal voorbeelden van goede films vindt of niet...

Rest de vraag of blockbusters ook echt steeds slechter worden.

Ik geef toe dat we flink wat teleurstellingen te verwerken hebben gekregen, maar zolang er films worden gemaakt zoals Inception, de Harry Potter-franchise, de reboot van Star Trek, Avatar, The Adventures of Tintin, Hugo en heel recentelijk The Hunger Games, is er volgens mij reden om te zeggen dat er gelukkig ook nog goede blockbusters worden gemaakt.

16 april 2012

Het is toch echt iets anders

399.000. Zoveel mensen keken er gisteren volgens de cijfers de Stichting Kijkonderzoek op televisie naar Titanic. Het is heel begrijpelijk dat RTL8 de film klaar had staan voor 15 april. Het was gisteren immers precies 100 jaar geleden dat het onzinkbaar geachte schip na een desastreuze aanvaring met een ijsrots toch naar de bodem van de Atlantische Oceaan zonk. 1522 opvarenden kwamen bij de ramp om het leven.

Vanuit de optiek van RTL mag het dan een goede keuze zijn geweest, de bioscoopexploitanten in Nederland zijn er, naar ik inschat, minder gelukkig mee geweest. In 90 bioscopen is de film momenteel te zien. Een deel van het publiek dat de film gisteravond op televisie heeft zitten kijken, zal de stap naar de bioscoop nu waarschijnlijk niet meer zetten. Ook al is hij daar in 3D te zien. Hadden ze dat bij 20th Century Fox nou niet even anders hadden kunnen regelen?  Dat was eerlijk gezegd ook mijn reactie toen ik zag dat de film op tv werd uitgezonden.

Maar waarom eigenlijk? Wat Titanic in de bioscoop anders maakt is de 3D-uitvoering. Maar los daarvan is het zo dat de film, zelfs na vijftien jaar, in de bioscoop echt een wezenlijk andere kijkervaring oplevert, dan thuis voor de buis (helemaal als je die nare reclame-onderbrekingen in acht neemt). Dat zal iedereen beamen. Dat is dan ook wat bioscopen bij deze discussie in gedachte moeten blijven houden: dat zij film op een manier aanbieden zoals niemand anders dat doet. En als ze dat op een goede manier duidelijk maken, dan komt dat publiek toch wel.

13 april 2012

Blij met EYE

EYE, het nieuwe filmmuseum aan het Amsterdamse IJ is een kleine week open en inmiddels al flink in de publiciteit geweest, getuige de volgende selectie: Dagblad van het Noorden, nu.nl, AT5 en De Telegraaf. De Volkskrant komt daar vanochtend weer bij met negatieve berichtgeving die vorig week ook al op de site van Quote te vinden was.

Het nieuwe filmmuseum. Foto René den Engelsman

Afgelopen weekend was ik voor mijn eerste filmbeleving in EYE. Ik zag daar de prachtig gerestaureerde 70mm-versie van West Side Story die werd ingeleid door filmkenner en voormalig filmdistributeur Max van Praag. Hij stond kort stil bij het negatieve nieuws over EYE en verbaasde zich over het feit dat in al die berichten niets terug te vinden is over het feit dat je in EYE film op een geweldige manier kunt beleven.
En toen dacht in aan het redactionele voorwoord dat ik schreef voor de nieuwe editie van Holland Film Nieuws, dat ik bij deze graag plaats.

Blij
De filmliefhebbers in Amsterdam-Zuid schijnen het een redelijke ramp te vinden dat hun geliefde Filmmuseum in het Vondelpark haar biezen heeft gepakt en sinds 4 april als EYE, het nieuwe filmmuseum, te vinden is aan de andere kant van het IJ, in het door velen nog steeds verafschuwde Noord. Ik kan mij op zich best wel iets voorstellen bij die sombere blikken. Het is tenslotte nooit leuk als iets waar je met plezier gebruik van maakt en wat ook nog eens om de hoek is gevestigd, vertrekt om elders de deuren te openen.
Het oude filmmuseum. Foto Carl030nl
Het Vondelparkpaviljoen als dependance van het hoofdfiliaal aan het IJ, het zou leuk zijn geweest. Niet in de laatste plaats omdat het mooie, traditionele gebouw al sinds 1972 filmgeschiedenis ademt en het toch wel leuk was om je in café-restaurant Vertigo omringd te voelen door de sterren van het witte doek (ikzelf was nogal dol op de immens grote close-up van Henry Fonda als bad guy in Once Upon in the West dat er aan de muur hing). Maar laten we eerlijk zijn, het zat er financieel niet in (nu al helemaal niet meer) en ik denk ook niet dat het ooit een serieuze optie is geweest, voor zover iemand eraan heeft gedacht.

Tegenover het kritische gemompel van deze groep Amsterdammers staat dat Nederland nu een museum rijker is waar film veel beter tot haar recht kan komen dan in het te kleine, voor de buitenwereld te zeer verstopte pand in het Vondelpark. Het veel zichtbaardere en op zich prima bereikbare EYE aan het IJ heeft de beschikking over vier filmzalen met 640 stoelen, een tentoonstellingsruimte van 1.200 m², een interactieve kelder waar film in pods tot leven komt, een museumwinkel en een café-restaurant. Dat belooft wat; niet alleen voor de liefhebber, maar voor iedereen uit heel Nederland (en de op bezoek zijnde toeristen) die meer wil weten over de manier waarop het fascinerende medium zich heeft ontwikkeld en nog steeds ontwikkelt.

Hoewel ook ik mijn kritische momenten heb gekend bij de totstandkoming van het gebouw en de organisatie die erin zetelt (laat ik dat hier maar gewoon toegeven), ben ik nu blij voor EYE, blij voor Amsterdam, blij voor iedereen die van film houdt dat er een centrale plek is waar het filmhart ongeremd kan kloppen en dat het filmvirus naar alle kanten van ons land kan uitsturen.

11 april 2012

Filmpassie part 2

Film maakt zoveel los in mensen dat ze hun passie voor de films en de sterren graag delen. Sommige creatievelingen doen dat op zo'n onnavolgbare wijze dat ik ze op dit blog graag een extra podium geef.

De uit Stockholm afkomstige kunstenaar George Chamoun heeft prachtige mengsels gemaakt van filmsterren. Kijk op zijn website voor meer portretten.


Ook mooi zijn de retro posters die ontwerper Justin van Gelderen maakte, bijvoorbeeld naar aanleiding van 2001 en Back to the Future.



Wat tegenwoordig ook erg populair is zijn de minimalistische varianten van bekende filmposters. De varianten die mij erg aanspreken werden gemaakt door Subhajyoti Ghosh.


In dezelfde categorie valt ook het werk van Moxy Creative House. In onderstaande gevallen liet Moxy zich inspireren door filmkledingstukken.


Tot slot besteed ik even aandacht aan het werk van Engelse kunstenaar Olly Moss. Hij gaf niet alleen eigen interpretatie aan de posters voor Star Wars, hij maakte ook de speciale posters voor de Rolling Roadshow van de Amerikaanse bioscoopketen The Alamo Drafthouse.
 




 Met dank aan Froot.nl voor het verzamelen van zoveel mooi dingen.

4 april 2012

Iron Sky brengt filmmarketing een stap verder

Het is een bijzondere dag voor Timo Vuorensola en zijn vrienden (en dat zijn er nogal wat). Vandaag gaat in Finland de sciencefiction-actiefilm Iron Sky in première. Hoewel de film zijn wereldpremière al tijdens het afgelopen filmfestival van Berlijn beleefde, moet het een geweldig gevoel zijn voor regisseur Vuorensola om de film in zijn geboorteland in première te zien gaan.

Wat Iron Sky bijzonder maakt - en daar is al het nodige over geschreven - is de wijze waarop de film tot stand is gekomen. In 2006 - toen de wereld nog nauwelijks gehoord had van zoiets als crowdfunding - werden door producent Tero Kaukomaa en zijn vrienden al de eerste stappen gezet om de film mede op basis van financiering door fans van de grond te krijgen. Van het productiebudget van zeven en half miljoen euro is uiteindelijk een miljoen bijeengebracht door fans die geloofden in het idee. Diezelfde fans droegen ook bij aan de totstandkoming door zich op uiteenlopende manieren in te zetten voor de productie. Dat varieerde van het bedenken van namen voor de karakters tot en met het maken van een 3D-model van een ruimteschip.

Maar wat ook heel interessant is aan Iron Sky is de voorbeeldfunctie die de film vertolkt als het gaat om marketing. Niks geen dure mediacampagne, maar een door fans gedragen campagne die ervoor zorgt dat er van meet af aan in allerlei kanalen - YouTube, Facebook, Twitter - informatie over de film te vinden was en deelbaar was. Een element dat mij met name fascineert is het onderdeel 'demand to see Iron Sky'.

Dat onderdeel biedt niet alleen fans, maar iedereen die inmiddels nieuwsgierig is geworden naar dat bizarre verhaal over nazi's die op het punt staan de aarde te veroveren vanuit de ruimte, de kans om te laten horen dat ze de film graag willen zien. Op de site van Iron Sky staat een kaartje waarop je precies kunt zien hoeveel mensen aangeven de film te willen zien. En dat betekent in het geval van Iron Sky - op moment van schrijven - onder meer 62 verzoeken uit Hilversum, 133 verzoeken uit Hoofddorp en 193 verzoeken uit Den Haag. Beter kun je het als filmdistributeur en programmeur van bioscopen niet krijgen. Toch?



En daarmee is volgens mij echt een volgende stap gezet in de marketing voor bioscopen. Wie staat er op en ontwikkelt een app waarmee fans van films in het algemeen kunnen aangeven in welke stad zij zijn en welke films zij dolgraag (geprogrammeerd) willen zien?

Er is momenteel nog niks bekend over een bioscooprelease van Iron Sky in Nederland.


Naschrift:
Door een van de lezers van dit artikel word ik er op gewezen dat Iron Sky wordt vertoond tijdens het imagine filmfestival dat van 18 tot en met 28 april in Amsterdam wordt gehouden. De film wordt er drie keer gedraaid. Kijk hier voor de exacte vertoningsmomenten.



2 april 2012

Wij willen film

Dat we vandaag de dag zelf willen kunnen bepalen waar, wanneer en hoe we digitale informatie tot ons willen nemen, is natuurlijk helemaal geen schokkend nieuws meer. Iedereen is zich er inmiddels wel van doordrongen dat we niet meer hoeven te wachten op het halve of hele uur om het laatste nieuws op de radio te horen. En zo ongeveer iedereen weet wel dat je een gemist televisieprogramma - voor zover je nog van missen moet spreken - op een zelfgekozen moment kunnen terugkijken via Uitzendinggemist.nl of RTL XL.

In die ontwikkeling neemt de bioscoop nog altijd een vrij traditionele plaats in. Daar is het tenslotte nog altijd de programmeur van de bioscoop of het filmtheater die bepaalt waar en op welk moment we een film kunnen zien. Dat is ook te begrijpen. Film kijken is tenslotte een gezamenlijke ervaring. Je kunt nooit 100% rekening houden met de wensen van alle individuele klanten wat betreft het gewenste kijkmoment. Bovendien draaien er in een complex doorgaans veel meer films dan er zalen zijn en dus is het ook logistiek onmogelijk om alle films te draaien op het moment dat een klant dat wel graag zou willen. Soms kan dat knap vervelend zijn. Zeker als je die ene film nou net nog graag in de bioscoop wilt zien.

Er is een nieuw initiatief dat tot op zekere hoogte aan die wens tegemoet komt. We Want Cinema is een project dat speelt met het idee dat de klant zelf kan bepalen wanneer hij een bepaalde film in de bioscoop kan kijken. Dat kan door de film op de website van We Want Cinema te selecteren, de bioscoop te kiezen waar dat moet gaan gebeuren en tot slot het tijdstip uit te kiezen. Het is vervolgens aan jou om er via social media of andere kanalen voor te zorgen dat er genoeg gelijkgestemden zijn die met je mee willen. Als er voldoende bezoekers zijn gevonden waardoor het ook voor de bioscoop en de filmmaatschappij interessant is, wordt de reservering een echte boeking en kun je de film gaan bekijken.

Ik zei daarnet al dat het idee tot op zekere hoogte aan de wens tegemoet komt. De tijdstippen waaruit je kunt kiezen worden in de vorm van slots namelijk bepaald door de programmeurs van de bioscoop. Daarnaast doen ook nog niet alle bioscopen en filmtheaters mee. En zijn niet alle films die je maar kunt bedenken te selecteren (er is momenteel een selectie van een paar honderd films). Maar daarvoor is We Want Cinema ook een nieuw initiatief, een initiatief dat de grenzen van de mogelijkheden binnen de bioscoopwereld nog duidelijk moet aftasten. We Want Cinema is weliswaar nog niet ideaal wat betreft het waar-wanneer-en-welke-film-vraagstuk, maar gaat het wel de goede kant op.

Of bioscopen en filmtheaters in de toekomst allemaal op deze manier al hun films gaan aanbieden? Ik denk het niet. De bioscoop blijft volgens mij voornamelijk een plaats waar je een van tevoren - door een deskundige programmeur - vastgestelde filmprogrammering hebt en waar je voornamelijk naar toe gaat omdat je een film samen met mensen kunt ervaren. We Want Cinema is een mooie aanvulling op de programmering. En een waar we nog wel het een ander van gaan vernemen, zo schat ik in.

We Want Cinema start in mei met een beta-versie van het initiatief.


1 april 2012

Twaalfenhalf jaar

Tijd gaat snel. Het is vandaag twaalfenhalf jaar geleden dat ik mijn eigen bedrijf begon. Reden voor een feestje? Nee, hoor. Want ook na twaalf jaar, zes maanden en een dag, of twaalf jaar, zes maanden en twee dagen is het prettig terugkijken op het besluit dat ik al die jaren geleden nam.

Ik vertel zo nu en dan nog steeds wel eens dat het besluit destijds helemaal niet gestoeld was op een oerdrift om te willen ondernemen. Om een eigen bedrijf te willen opbouwen. Om zelf de verantwoordelijkheid te dragen voor inkomsten en uitgaven. Nee, het gebeurde gewoon. Omdat de kans zich voordeed. En omdat ik gewoon leuke dingen wilde doen met film.
Wat ik overigens wel weet is dat ik die sprong destijds toch niet gewaagd zou hebben als ik mij niet gesteund zou hebben gevoeld door personen in mijn netwerk. Het resulteerde erin dat ik in die beginperiode direct door kon met enkele projecten die mij nog steeds aan het hart gaan: het vakblad Holland Film Nieuws en filmeducatie.

Nu ik de tussentijdse balans opmaak, is dat ook wat mij in al die jaren steeds heeft gedreven: hart hebben voor waar je aan werkt. Passie is een woord dat daar vandaag de dag veel voor wordt gebruikt. Dat heeft mij ook op de been gehouden, want er zijn echt wel momenten geweest waarop ik mijzelf afvroeg of ik wel door moest gaan. Bijvoorbeeld omdat hele belangrijke projecten niet doorgingen, omdat het lastig bleek goed doordachte ideeën gerealiseerd te krijgen of omdat ik intens teleurgesteld raakte in mensen die blijkbaar niet verder kunnen kijken dan de vierkante meter van hun eigen bureau. Wat ik ook nog wel eens tegenkom - en waar een collega onlangs nog fijntjes de absurditeit van bloot legde - is de gedachte dat freelancers vast wel genoegen nemen met een wat lagere vergoeding omdat we tenslotte werk doen waar we van houden. Alsof die liefde niet ook zorgt voor kwaliteit waarvoor betaald mag worden. Maar dat terzijde.

Gelukkig heb ik in al die jaren ook dingen mogen en kunnen doen die mij erg blij maakten. En heb ik mensen ontmoet waar ik erg fijn mee heb samengewerkt en nog steeds doe. Daaronder bevindt zich ook een selecte groep van mensen die mij een andere kijk op zaken doen, samenwerken, ja zelfs op het leven, heeft bijgebracht. Daarvoor ben ik hen heel dankbaar.
Een project moet ik er echt even uitlichten. Dat is het digitaal filmdepot, de dienst die in oktober 2008 dankzij de branchevereniging NVF en op initiatief van Wilco Wolfers en Michael Lambrechtsen van de grond kon komen. Een project waar ik echt aan de basis van heb kunnen staan en nog steeds aan werk. Het is een prachtig project waar ik erg trots op ben.

Terugkijken is tegelijkertijd ook vooruitkijken. 2012 beschouw ik wat dat betreft ook als een belangrijk jaar. Ik ben bezig met projecten die dit jaar echt wel moeten gaan landen om hun momentum niet te verliezen. Het zijn projecten die ik zelf heb opgestart omdat ik geloof in het onderscheidende karakter ervan en de toegevoegde waarde. Het zijn ook projecten die in dat opzicht staan voor wat ik in al die jaren heb nagestreefd: het proberen van de grond te krijgen van nieuwe dingen waar ik als filmliefhebber zelf ook gebruik van zou willen maken, naast het in opdracht uitvoeren van projecten.

En dat is denk ik toch ook wel tekenend voor zelfstandig ondernemerschap: gepassioneerd dingen doen waar je in gelooft. In mijn geval hopelijk nog vele jaren.